Gemengde buurt: rijk en arm mixen niet
Promotieonderzoek ontkracht gangbare opvattingen over effecten sociaal-economisch gemengde buurten
De samenstelling van de buurt speelt geen rol bij het creëren van sociale relaties tussen kansarme en kansrijke mensen. Dat zet vraagtekens bij het mengingsbeleid van gemeenten. Tot deze conclusies komt Gwen van Eijk, die op vrijdag 4 juni promoveerde bij Onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft.
Overbruggende relaties
Van Eijk gaat in op actuele stadssociologische debatten over armoedeconcentratie, multi-etnische buurten, herstructurering en mengingsbeleid (‘gentrification’) en sociaal kapitaal. Zij heeft empirisch onderzoek gedaan naar de persoonlijke netwerken van bewoners van een rijke, een arme en een gemengde buurt in Rotterdam. Daaruit blijkt dat bewoners van een gemengde buurt zowel binnen als buiten hun buurt niet méér overbruggende relaties hebben dan bewoners van een rijke of arme buurt.
Beter netwerk door scholing, werk en vereniging
Een gemengde buurt zorgt er dus niet voor dat de kansarme bewoner een waardevol netwerk kan opbouwen. Dit zet vraagtekens bij het mengingsbeleid van Rijk en gemeenten. Volgens Van Eijk kunnen beleidsmakers hun aandacht beter richten op scholing, werk en verenigingen waar deze netwerken wel worden opgebouwd.
Meer informatie: Persbericht
Artikel NRC.Next 8 juni 2010
Gwen van Eijk, 2010, “Unequal networks. Spatial segregation, relationships and inequality in the city ISBN 978-160750-555-6























