KISS
Kennisinstituut Stedelijke Samenleving

Missie


Het kennisinstituut stedelijke samenleving is een Overijssels forum dat bij het stedenbeleid en de wijkaanpak betrokken partijen op professioneel verantwoorde wijze, praktijkgerichte ondersteuning biedt bij de verbetering van de kwaliteit van de stedelijke samenleving.
Lees verder


Agenda




KISS organisatie, leden
KISS bureau en contact



Vragen of opmerkingen? info@kiss-oost.nl



  Zoek

Verslag Voorkoming anti sociaal gedrag: naar een kosteneffectief beleid

woensdag 11 februari 2009, Universiteit Twente te Enschede

 

Gedragsproblemen zijn een van de meest voorkomende problemen bij kinderen. Wanneer ze niet worden voorkomen of behandeld dan vergroten ze de kans op een breed scala aan negatieve verschijnselen zoals criminaliteit, maar ook problemen in de sfeer van gezondheid (psychiatrische klachten), en arbeid (schooluitval, werkloosheid). Onderzoek laat zien dat een serie van maatregelen kan helpen om gedragsproblemen te voorkomen. Maar ook: sommige specifieke maatregelen blijken niet te helpen; sommige interventies hebben zelfs negatieve consequenties! De vraag is daarom: als men het beschikbare onderzoek bestudeert, wat is dan verstandig sociaal beleid om gedragsproblemen te voorkomen of te verhelpen? Wat is ‘evidence based’, en wat is kosteneffectief?

 

Marianne Junger (hoogleraar Studies Maatschappelijke Veiligheid, Universiteit Twente) gaat in op deze vragen.

 

Evaluatie van interventies is een absolute noodzaak. Sommige interventies zijn duur en hebben geen effect. Sommige interventies zijn zelfs schadelijk. Onderzoek naar de effectiviteit van interventies gebeurt weinig, omdat goede evaluaties veel geld kosten en pas op de lange termijn resultaten opleveren. In de VS heerst meer een ‘value for money’ mentaliteit. Het NWO in Nederland besteedt vooral geld aan meer theoretisch onderzoek en niet zozeer aan beleidsrelevant onderzoek.

 

Interventies moeten worden geevalueerd met een gerandomiseerde en gecontroleerde proef (Randomized Controlled Trial = RCT). In de medische sector gebeurt dat ook. Alleen door het aselect toewijzen van interventies (met de dobbelsteen) kun je zeggen of de  interventie ook werkt.

 

Een bekend programma is de ‘Parent Child Interaction Therapy’ (PCIT) voor twee- tot zevenjarige kinderen met gedragsproblemen en voor ouders die grote moeite hebben met het opvoedingsproces. In een kliniek vindt begeleiding plaats van ouder en kind. Eerst leren ze zich te hechten en daarna disciplinering. Onderzoek in de VS toonde aan dat het programma na 850 dagen (mediaan) leidt tot maar 19% kindermishandeling in de PCIT-groep tegenover 49% voor een standaardbehandeling. In Amsterdam is een pilot gehouden met een PCIT-project (De Bascule) met positieve uitkomsten.

 

Gedrag veranderen is moeilijk en preventie is op de lange termijn effectiever. Hoe vroeger wordt geïnvesteerd in het leven van kinderen, hoe groter de opbrengst is.

 

Reactie Frank Kerckhaert, burgemeester gemeente Hengelo
Het is belangrijk het antwoord te vinden op vragen als ‘waar liggen gezondheidsverschillen aan?’ Dat zou wethouders kunnen helpen. Het hoofdpunt van het verhaal van Marianne Junger is dat je jong moet beginnen (tot acht jaar) en moet onderzoeken wat er wel en niet werkt. Dat is van belang voor beleidsmensen, maar dat heb je nog niet zomaar verteld aan de samenleving. Voor de samenleving is het verhaal niet meteen overtuigend.

 

Een discussiepunt is of we de mensen die echt in de problemen zitten, signaleren en opsporen. Dat is een nadeel van vraaggestuurd werken.

 

Reactie Hans Weggemans, adjunct-directeur maatschappelijke ontwikkeling, gemeente Enschede


Het richten van de pijlen op de preventie klinkt goed. Beleidsnota’s staan ook bol van preventie, vooral gericht op het gedrag van de ouders. Veel energie wordt gestoken bijvoorbeeld in ketenmanagement. Een verdere verschuiving in het beleid is nodig. Een boeiende oplossing is bijvoorbeeld het experiment wijkcoaches van de gemeente Enschede en de woningcorporaties in de Vogelaarwijk Velve-Lindenhof. In dit project (looptijd 4 jaar) krijgt één persoon als coach het mandaat om alles te doen.
De Universiteit Twente doet onderzoek naar de verschillen tussen de resultaten voor Velve-Lindenhof (de experimentwijk) en een controlewijk. Het probleem van de randomisatie blijft, omdat je feitelijke omstandigheden niet kunt gelijkschakelen.

 

Rob van de Peppel, dagvoorzitter en directeur van I&O Research
Hoe wordt  omgegaan met uitval in de programma’s? Vanuit zijn eigen onderzoekpraktijk weet hij dat dit een lastig vraagstuk is. Marianne Junger vindt dit een belangrijk punt. Een analyse op uitval is nodig, dat moet je meenemen in het onderzoek en de rapportage.

 

Meer informatie: Verslag en discussie

- Promotieonderzoek naar gedragsproblemen bij kinderen UT

 

<< terug ]  [ Printer versie ]